Muzikale Kring


Maarten Mostert

In de laatste Muzikale Kring voor de zomerstop interviewde Clairy Polak cellist Maarten Mostert, oprichter van Amsterdam Sinfonietta, de Cello Biënnale en hoofdvakdocent aan het Conservatorium van Amsterdam.

Het ging over het grootste cellofeest ter wereld, over Nederlands oudste, professionele strijkorkest en over lesgeven aan ambitieuze studenten. Over Pablo Casals, de Pablo Casals Kring en over het geluid van de cello dat een stofje vrijmaakt waar mensen gelukkig van worden. Maarten is er zeker van dat dat laatste bestaat. We speelden muziek van Casals, Elgar en Boccherini. Na afloop dronken we iets te veel drank. Maar op zo’n avond, in zulk gezelschap, op zo’n balkon, in het midden van de stad. Hoe kan het ook anders?

De Muzikale Kring, er zijn inmiddels vier afleveringen geweest, is een succes. Maar het kan nog beter. Daar wordt binnenkort over vergaderd. Jazeker.


Blijf op de hoogte
abonneer op de nieuwsbrief

De Contrabas

“Soms denk ik bij mezelf: een afschuwelijk instrument. Kijk maar eens goed. Hij ziet er uit als een vet oud wijf. Heupen te laag, taille te hoog; en dan die iele, hangende, rachitische schouderpartij – het is om krankzinnig van te worden. De contrabas is het afzichtelijkste, plompste en minst elegante muziekinstrument dat ooit is uitgedacht.”

Ik weet eerlijk gezegd niet of Wilmar de Visser er ook zo over denkt. Feit is wel dat hij contrabassist is, net als de hoofdpersoon uit De Contrabas van Patrick Süskind, waaruit bovenstaand afkomstig is.

Wilmar de Visser

Wilmar de Visser was te gast in de Muzikale Kring.  Clairy Polak interviewde de contrabassist over in hoeverre je instrument bij je karakter past: “Ik ben een duwer” en over de rol van de bassist in het orkest. Over het Grammy Award Winning Ensemble Ludwig en over ‘zijn’ muzikale broedplaats Splendor. Er blijkt inderdaad iets als ‘bassisme’ te bestaan. De man die er een boek over schreef zat in de zaal.

Wilmar de Visser is vaste bassist bij Het Nederlands Blazers Ensemble, het Radio Philharmonisch Orkest en Ludwig. Behalve bassist is hij o.a. mede-oprichter van Ensemble Cameleon en initiator van Splendor Amsterdam dat in 2015 de Amsterdamprijs voor de Kunst ontving in de categorie Stimulering.

corine haitjema

De contrabas van Wilmar is in 1825 gebouwd door Bernard Simon Fendt (1800-1852). Het vervoer van de bas naar Gartmanplantsoen had nogal wat voeten in de aarde maar dankzij doortastend optreden van Corine was ook de bas op de Kring. Wilmar vertelde er over en speelde er op. Ik speelde af en toe mee.

Wilmar houdt van ontregelen zo bleek. Ik heb zomaar het idee dat hij hier vooral zelf de nadelen van ondervindt.


De Nederlandse vertaling van bovenstaand fragment uit De Contrabas is van Hans W. Bakx.

Dirigent Ed Spanjaard

Samenspelen met een dirigent is een beetje vergezocht en in het zaaltje waar de Muzikale Kring plaatsvindt, ‘wat prachtig die authentieke details’, staat (nog) geen piano. Dus waren we aangewezen op filmpjes, foto’s en vooral verhalen. Die waren er in overvloed. Over moeder Spanjaard die fluit speelde voor een kampbewaarster. Over het souffleren van operadiva’s en het assisteren bij grote dirigenten. Er was tastbare muziekgeschiedenis in de vorm van partituren met opmerkingen, aantekeningen en uitvoeringsdata. En de avond eindigde met praten over het op late leeftijd ontdekte, grote plezier in dansen.

De overgang van gitzwart naar uiteindelijk vederlicht verliep onder leiding van interviewster Clairy Polak wonderbaarlijk virtuoos en volledig vanzelfsprekend. Dat Alexander Pola, vader van Clairy, behalve tekstschrijver, acteur en komiek ook nog cartoonist bleek te zijn geweest, en in die hoedanigheid een portret had gemaakt van de aanleiding van deze avond, was een prachtig toeval.

Martin Spanjaard

Albert Schweitzer was Nobelprijswinnaar, filosoof, prediker, tropenarts, organist én schrijver van een boek over Bach dat in 1908 verscheen en in recordoplagen over de hele wereld is verspreid. Eén exemplaar was jaren geleden in mijn boekenkast terecht gekomen. Ik wilde het naar het antiquariaat brengen en sloeg het nog één keer open. Op het schutblad zag ik de naam Martin Spanjaard staan.

Van de Leo Smit Stichting leerde ik dat Martin Spanjaard componist maar vooral dirigent is geweest. Dat hij erudiet was en zich intensief met literatuur en filosofie heeft beziggehouden. Dat hij een voorliefde voor Bruckner had en over diens symfonieën een boek heeft geschreven dat nog regelmatig wordt geraadpleegd door zijn achterneef, dirigent Ed Spanjaard.

Ik vond dat Schweitzer’s Bachboek de achterneef toebehoorde en ben het hem gaan brengen. Zo maakte ik kennis met de beroemde dirigent die ik niet lang daarna heb uitgenodigd voor een gesprek op de Muzikale Kring.

Het boek was afkomstig uit een doos boeken die ik ooit van een vriend heb gekregen. Allemaal boeken die begin 19e eeuw zijn verschenen en allemaal gaan ze over muziek. Behalve Martin Spanjaard hebben ze ook nog anderen toebehoord. Hierover later meer.

Een ideale gast

Maarten Koningsberger was een ideale gast. Hij zong de sterren van de hemel en vertelde tussendoor over het fenomeen Stimmfach, ons fantastische operahuis waar nog tijd is voor een grondige voorbereiding en over de jonge garde die al lange tijd in zijn nek staat te hijgen. “En zo hoort het ook”. Hij legde uit dat een programmavoorstel meer kans van slagen heeft als een agent het naar de zaal stuurt dan wanneer je dat zelf doet. Over programmeurs zei hij :  “niets persoonlijks hoor maar als er iemand in een vast stramien denkt…”

Er kwamen vragen uit de zaal en na afloop werd er gegeten aan een lange grote tafel, die te klein bleek voor het aantal gasten zodat er ook aan aparte tafeltjes moest worden gegeten. Hierdoor kwam er van een evaluatie met Clairy Polak en de kersverse redactie (Corine Haitjema, Dominique Citroen en ondergetekende) niets terecht. Die moet dus nog gaan plaatsvinden. Ik neem er vast een voorschot op: de eerste aflevering van de Muzikale Kring was een succes.