kinderen

Ik heb ze niet.  Maar ik ken er wel een paar. Neem nou mijn grote kleine vriend. Hij is creatief, intelligent en muzikaal. Komt altijd origineel uit de hoek, weet iedereen met zijn charmes in te pakken en lokt enorme knuffelpartijen uit omdat hij zo schattig is. Er zijn rapporten vol over hem geschreven. Want hij ziet niet goed, praat onduidelijk, heeft overgevoelige oren, is superbeweeglijk, heeft vaak een snotneus, zit overal aan, luistert niet goed en kan zich behalve als hij mag doen waar hij zich werkelijk voor interesseert, maar moeilijk concentreren. Hij past niet binnen de marges van, door mensen die er verstand van hebben, vastgestelde criteria.

Ik vraag me wel eens af wat er van hem terecht gaat komen. Ik kom meestal uit op twee mogelijkheden. Hij wordt een groot kunstenaar. Of hij wordt tewerkgesteld op een sociale werkplaats. Hij is een van de redenen waarom ik onderstaand fragment nauwelijks met droge ogen aan kan zien.

dit fragment komt uit Schools kill creativity , een fantastische en grappige lezing van Ken Robinson op TED